| Bezienswaardigheden Indonesië |
|
|
|
De Indonesische hoofdstad ligt in het westen van Java, aan de noordkust van het eiland. Jakarta ligt in een lage kustvlakte aan de monding van de Liwung-rivier. Door deze ligging zijn er in de regentijd vaak overstromingen. Er wonen officieel 8,5 miljoen mensen in Jakarta, maar inclusief de voorsteden zijn dat er twee keer zo veel.
Jakarta dankt zijn naam aan generaal Fatahillah die in 1527 de Portugezen uit Sunda Kelapa verjoeg. De stad noemde hij vervolgens Jaya Karta, wat "Stad van de Overwinning" betekent. Nog geen eeuw later werd de stad met de grond gelijkgemaakt door de Nederlandse gouverneur Jan Pieterszoon Coen. Hij liet er een fort bouwen, Batavia, en gaf de stad dezelfde naam.
Dat fort stond aan de monding van de Liwung-rivier in een laaggelegen, moerassig gebied. Dat bleek een ongezonde omgeving en daarom werd het centrum van de stad naar het zuiden verplaatst, rondom het Koningsplein dat nu Onafhankelijkheidsplein (Medan Merdeka) heet. Midden op dit vierkante plein staat het Monumen Nasional, in de volksmond Monas. Het werd in 1964 opgericht door president Soekarno. Het is een 137 meter hoge marmeren obelisk met op de top een vergulde vlam. Je kunt met een lift naar boven en hebt dan een goed overzicht over de stad. Tenminste, als de lucht relatief schoon is, want luchtvervuiling is een groot probleem in Jakarta. Daarnaast zijn er ieder jaar in de regentijd overstromingen in de lager gelegen wijken van de stad. In het centrale zakendistrict staat het verkeer overdag vaak muurvast. Om die verkeersproblemen het hoofd te bieden, mogen in sommige straten geen auto’s rijden met minder dan drie inzittenden. Rondom Medan Merdeka staan prachtige gebouwen in koloniale stijl, zoals het presidentieel paleis en het Nationaal Museum. Daar zijn archeologische voorwerpen tentoongesteld, onder meer de beroemde schedel van de Javamens (zie Geschiedenis). Voor het gebouw staat een bronzen olifant, een geschenk van de Thaise koning Chulalongkorn. Ten oosten van Medan Merdeka ligt de grootste moskee van Zuidoost-Azië. Het was een van de prestige-objecten van Soekarno. Deze Istiqlal-moskee heeft een enorme koepel die al van verre te zien is. Aan het andere belangrijke plein van Jakarta, Taman Fatahillah, liggen ook enkele bijzondere musea in mooi gerestaureerde koloniale gebouwen. De historie van Jakarta staat centraal in het Museum Sejarah Indonesia, dat is gevestigd in het voormalige stadhuis. Je vindt er oude plattegronden van de stad, portretten van gouverneurs en de vertrekken zijn ingericht in koloniale stijl. Je krijgt er een goede indruk van het dagelijks leven van de Nederlandse kolonisten. In het Wayang Museum zijn prachtige oude wajangpoppen te zien, die worden gebruikt voor het traditionele Indonesische schaduwspel (zie Volk en cultuur). Op de binnenplaats van dit museum ligt het graf van Jan Pieterszoon Coen. De oude haven van de stad heet nog steeds Sunda Kelapa. Er liggen altijd tientallen oude zeilschepen, die overigens niet allemaal meer in de vaart zijn. Bij de haven ligt het Fort Culemborg uit 1645 met daar vlakbij de Hoenderpasarbrug, een Hollandse ophaalbrug over het kanaal Kali Besar. In scherp contrast met de oude haven en de koloniale gebouwen staan de wolkenkrabbers. Vooral na de val van president Soeharto in 1998 schoot het aantal nieuwe, strak vormgegeven kantoorgebouwen uit de grond. Steeds minder goed is te zien dat Jakarta vroeger uit verschillende kampongs (dorpen) bestond. Een van die kampongs is de oude Chinezenwijk Glodok. Hier krioelt het van de mensen. In het oosten van Jakarta ligt Taman Mini Indonesia, "Indonesië in miniatuur". Van alle volken die in de archipel leven, is een verkleinde replica te zien van hun typische bouwstijl. Verder lopen er vrouwen rond in traditionele kleding. Er is ook een schitterende orchideeëntuin. De tegenstellingen tussen arm en rijk zijn groot in Jakarta. De laatste jaren zijn er veel grote winkelcentra verrezen, maar voor veel Indonesiërs zijn de uitgestalde waren onbetaalbaar. Dat weerhoudt ze er overigens niet van die winkelcentra te bezoeken onder het motto: “Kijken, kijken, niet kopen.” Ten noordwesten van Jakarta liggen meer dan honderd koraaleilanden, Kepulauan Seribu. Dit is een nationaal park, maar enkele eilanden hebben voorzieningen voor toeristen, zoals Pulau Bidadari, Pulau Ayer, Pulau Laki en Pulau Putri. In het weekend is het er vaak erg druk, omdat vermogende inwoners van Jakarta dan de hitte en de drukte van de stad ontvluchten. J
Java Yogyakarta wordt meestal kortweg "Yogya" genoemd en ligt centraal op Java. Tot de onafhankelijkheid was het de tijdelijke hoofdstad van de eenzijdig uitgeroepen republiek. De stad ligt in een uiterst vruchtbaar gebied dat beheerst wordt door uitgestrekte rijstvelden en plantages waar suikerriet en tabak worden verbouwd. Yogyakarta is het culturele centrum van het eiland, waar volgens velen de beste batikstoffen vandaan komen. In de stad zelf is het paleis van de sultan – Kraton – een toeristische trekpleister. Het is een complex van gebouwen, markten, kantoren, scholen, musea en moskeeën. In feite een stad in de stad. De hoofdstraat van Yogya is de Malioboro, een lange winkelstraat waar alles te koop is. Op 27 mei 2006 werd het gebied ten zuiden van Yogyakarta getroffen door een zware aardbeving. Daarbij kwamen bijna 6000 mensen om het leven. De grootste attractie van Java ligt ten noordwesten van Yogyakarta, de Borobudur. Deze boeddhistische tempel werd gebouwd tussen 778 en 825. Het gigantische bouwwerk ligt op een heuvel en bestaat uit boven elkaar liggende terrassen. De eerste zijn vierkant en symboliseren de wereld. De bovenste terrassen zijn rond, dat is de wereld van de goden. Op die ronde terrassen staan zogeheten stoepa’s, opengewerkte torentjes met in het midden een beeld van Boeddha. Op het hoogste punt staat een grote stoepa. Uit dezelfde tijd als de Borobudur stamt het tempelcomplex Te Prambanam, tussen Yogyakarta en Soerakarta. Het centrum is de Shiva-tempel waar het heldendicht van de Ramayana in reliëfs wordt verteld. Deze hoofdtempel werd omgeven door 249 bij-tempels, maar veel daarvan werden zwaar beschadigd door een aardbeving in de 16de eeuw.
Naar het oosten toe wordt het landschap van Java rotsachtiger, woester en droger. Daar ligt een groot natuurreservaat, het Bromo-Tengger Nationaal Park. Middelpunt is de vulkaan Bromo. Je waant je er nauwelijks in een tropisch land; de omgeving van de vulkaan is een kaal kraterlandschap dat meer aan de maan doet denken. Ten noorden van de Bromo-vulkaan ligt Soerabaja, een havenstad die in 1968 lyrisch werd bezongen door Anneke Grönloh:
Bali Hoe hardnekkig het verzet van Balinezen tegen invloeden van buitenaf kan zijn, hebben de Nederlanders ook ondervonden. De bevolking vocht zich liever dood dan in Nederlandse gevangenschap te belanden. Pas in 1906 kreeg Nederland het hele eiland onder controle, na het afslachten van 3600 Balinezen in Denpasar. De naam van het eiland heeft een bijna magische klank. Velen denken bij "Bali" aan een tropisch paradijs. Helaas zijn delen van het eiland volkomen in beslag genomen door het massatoerisme. Dat is vooral het geval in de toeristenplaatsen aan de zuidkust rond de hoofdstad Denpasar: Kuta Beach, Sanur, Jimbaran, Seminyak en het nieuwere Nusa Dua Kuta. Kuta Beach is een typisch voorbeeld van toeristische ontwikkeling die uit de hand is gelopen. Ooit was dit het mekka voor surfers, maar het strand is tegenwoordig overbevolkt, niet alleen door toeristen maar ook door horden verkopers, die je geen minuut met rust laten. Toch zijn er nog wel mooie stille plekjes op Bali al moet je er wat moeite voor doen ze te ontdekken. Ubud – ten noorden van Denpasar – is het culturele centrum van het eiland. Het centrum van het stadje is ook weer helemaal gericht op toeristen. Maar buiten Ubud vind je traditionele dorpjes temidden van sawa’s (terrasvormige rijstvelden). In de stad zelf is het museum Puri Lukisan een bezoek waard: een interessante tentoonstelling van traditionele en moderne Balinese kunst. Een dag per jaar komt het hele openbare leven op Bali stil te liggen. Dat gebeurt in maart of april tijdens het hindoeïstische Nieuwjaar (Nyepi). Op deze dag moeten de kwade geesten worden misleid: die geesten moeten denken dat er niemand op Bali woont. Iedereen blijft binnenshuis en zelfs de elektriciteit wordt afgesloten. Het toerisme naar Bali heeft klappen opgelopen door terroristische aanslagen in 2002 en 2005. Meteen na de eerste aanslag daalde het aantal bezoekers met 60%, maar over heel 2003 viel de schade nog mee: 25% minder toeristen vergeleken met 2002. Net toen het aantal bezoekers weer op normaal niveau was gekomen, volgde de tweede aanslag. Het aantal toeristen daalde opnieuw sterk. Hoewel Bali strenge veiligheidsmaatregelen heeft genomen, is het de vraag of toeristen het eiland weer als een veilige bestemming zullen gaan zien.
Lombok In de jaren '90 werd Lombok aangeprezen als "het nieuwe Bali". Die ontwikkeling kwam tot stilstand door een religieus conflict op het eiland. In 2000 gingen christenen en moslims elkaar te lijf. Duizenden mensen vluchtten en toeristen bleven weg. De terroristische aanslagen op buureiland Bali hebben het toerisme naar Lombok ook geen goed gedaan. Mataram is de hoofdstad van Lombok. Het ligt aan de oostkust en net ten noorden van de stad vind je de belangrijkste toeristenstranden, rond het plaatsje Senggigi. Na de onlusten van 2000 waren deze stranden vrijwel verlaten. Slechts heel langzaam krabbelt het gebied weer op. Twee kilometer ten zuiden van Senggigi staat een kleine hindoeïstische tempel, Pura Batu Bolong. De tempel ligt op een rots (batu) met een gat (bolong) erin. Op een uitstekende rotspunt staat de troon van Brahma, de god van de schepping. Aan de zuidkust van Lombok ligt Kuta Beach, maar dit plaatsje en de stranden lijken in de verste verte niet op het Kuta van Bali. Het Lombokse Kuta is nog nauwelijks toeristisch ontwikkeld. Wel is ook dit een geliefde plek voor surfers. In de buurt liggen enkele traditionele dorpen. Ten noordoosten van Lombok liggen drie eilandjes die samen het Gili Air-Meno Terawangan Marine Park vormen. Ondanks de status van Nationaal Park is het toerisme er behoorlijk ontwikkeld, met name op Gili Air, dat het dichtst bij de kust van Lombok ligt. De koraalriffen rond dit eiland zijn zwaar beschadigd, maar rond Gili Terawangan zijn ze nog in goede staat. Dat is ook het enige eiland waar duiken is toegestaan.
Sumatra Ten noorden van het Tobameer ligt Medan, waar gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School herinneren aan het koloniale verleden. Het Maimoon Paleis was het onderkomen van de sultan van Deli. Het is nu een museum met oude foto’s, schilderijen, meubels, wapens en de troon van de sultan. Het Gunung Leuser Nationaal Park ligt ten westen van Medan. Het is een prachtig oerwoudgebied, waar onder meer neushoornvogels, bladapen en enkele orang-oetans leven. Bij Bohorok is een rehabilitatiecentrum voor deze grote mensapen. De enorme bosbranden op Sumatra in de tweede helft van de jaren '90 en de illegale houtkap hebben de leefomgeving van veel orang-oetans verwoest. In het Bukit Lawang centrum leren ze weer zelfstandig in de natuur te overleven. Behalve in Noord-Sumatra komen orang-oetans alleen op Borneo voor. Het Tobameer is het bekendste kratermeer van Sumatra, maar er zijn er meer. Weliswaar kleiner, maar misschien ook wel mooier. Bij Bukittinggi in Midden-Sumatra ligt het Maninjaumeer, dat wordt omgeven door steile beboste hellingen. Het regenwoud loopt hier door tot aan de rand van het meer. Bukittinggi is gebouwd op steile berghellingen en is het culturele centrum van de Minangkabauers. Hun naam betekent "winnende buffel" en de daken van de huizen hier hebben de vorm van buffelhoorns. Dat heeft te maken met een oud verhaal, waarbij Javanen en Sumatranen een buffelgevecht hielden. De Javanen zetten een sterke buffel in, de Sumatranen een uitgehongerd kalf met dolken op zijn hoorns. Toen de twee dieren tegenover elkaar stonden ging het kalf meteen op de buffel af om te zogen. De dolken op zijn hoorns doodden vervolgens de Javaanse buffel. Op 26 december 2004 haalde Sumatra het wereldnieuws: de noordelijke provincie Aceh werd zwaar getroffen door gigantische vloedgolven. Deze zogeheten tsunami’s waren het gevolg van een zeebeving voor de kust. De hoofdstad Banda Aceh werd vrijwel van de kaart geveegd. Deze ramp kostte bijna 170.000 Indonesiërs het leven.
|